Gras inkuilen in 2021 doe je door het gemaaide gras te laten voordrogen tot 30–45% drogestof, het daarna strak op te bouwen in een kuil, binnen 48 uur luchtdicht af te dekken met folie en gewichten, en vervolgens 6 tot 8 weken te laten fermenteren voordat je het aan dieren voert. Die drogestof-range en snelle afdekking zijn de twee punten waar het in de praktijk het vaakst misgaat, dus daar begint dit artikel.
Gras inkuilen 2021: praktische stap-voor-stap gids
Wat is gras inkuilen en wanneer doe je het in 2021?
Inkuilen is het conserveren van gras door het zuurstofvrij op te slaan zodat melkzuurbacteriën het gras vergisten. Die bacteriën zetten suikers om in melkzuur, waardoor de pH daalt van ongeveer 6,0–6,5 naar circa pH 4. Op die zuurtegraad stoppen schimmels en rottingsbacteriën. Het resultaat is kuilvoer dat maanden houdbaar is en een hoge voederwaarde behoudt.
In Nederland val je voor de eerste snede doorgaans in april of mei. De tweede en derde snede liggen in juni-juli en augustus. Herfstgras (vierde snede) kuil je in september-oktober in. Het precieze moment hangt in 2021 niet af van de kalender maar van het gras zelf: maai zodra het gewas droog is, bij voorkeur tussen 10:00 en 16:00 uur. Maaien in de ochtend terwijl er nog dauw op staat verhoogt het vochtgehalte en vertraagt het drogen. Bij nachten met ds-gehalte onder de 30% gaan suikers verloren via ademhaling, wat de fermentatie later bemoeilijkt.
Wie in 2020 of in andere jaren gras heeft ingekuild, herkent de basisregels. Wil je dit jaar-voor-jaar toepassen, kijk dan ook eens naar gras inkuilen 2020 als vergelijking voor de drogestof en afdekmomenten. De principes veranderen van jaar tot jaar niet, maar het Nederlandse weer in 2021 (met natte periodes in het vroege voorjaar en late zomer) maakt het tijdig halen van de juiste drogestof extra uitdagend. Daarover straks meer.
Wat heb je nodig en hoe bereid je het land voor?
Goede voorbereiding scheelt achteraf veel verlies. Dit is wat je in huis moet hebben voordat de maaier het land op gaat.
- Maaier (bij voorkeur maaikneuzer voor kortere veldperiode en betere droging)
- Schudder/wender om het zwad te keren en drogen te versnellen
- Zwadenschuiver of hark om het gras tot een smal, regelmatig zwad samen te voegen
- Opraaplader, hakselaar of opraapwagen voor transport naar de kuil
- Tractor met wieldrukregeling of een lage bandspanning om de zode te sparen
- Sleufsilo, rijkuil of torenkuil (schoon en ontdaan van oud inkuilresten)
- Onderfolie (dunne transparante folie, minimaal 0,05 mm)
- Landbouwplastic/kuilfolie (zwart-wit of groen, minimaal 0,15 mm)
- Gewichten: zandslurven, zandslangen, zandzakjes of grond langs de randen
- Inkuilmiddel (optioneel maar aangeraden bij ds < 30%, zoals melasse of een bacteriënentstof)
Controleer de sleufsilo of rijkuilplaats vóór het maaiseizoen. Verwijder resten van vorige kuilen, poets de wanden schoon en repareer scheuren in beton. Oud organisch materiaal is een bron van schimmels die de nieuwe kuil kunnen besmetten. Is er een betonvloer? Perfect. Op grasland of aangestampte grond leg je eerst een stevige onderlaag (bv. bitumenfolie of extra plastic).
Stap voor stap inkuilen: van maaien tot afdekken
Stap 1: Maaien op het juiste moment

Maai tussen 10:00 en 16:00 uur als de dauw weg is. Een maaikneuzer (maaier met kneusrollen) perst het gras in zodat vocht sneller verdampt. Dat kost iets meer veldverlies door kleine deeltjes die waaien, maar je kuilperiode in het veld wordt een stuk korter. In een nat Nederlands najaar is die kortere veldtijd pure winst.
Stap 2: Schudden en draaien tot de juiste drogestof
Schud het gras twee tot drie keer per dag met een schudder of wender. Het doel is 30–45% drogestof. Praktisch richtpunt: bij 28–32% ds kun je inkuilen met een goed resultaat; boven 45% ds wordt verdichten moeilijker en neemt het risico op broei bij het voeren toe. Haal je met mooi weer na 24 uur al de 30% ds, dan hoef je niet te wachten. Lukt het door regen of bewolking niet in 48 uur, dan is inkuilen met ds onder 30% beter dan nog langer wachten, maar voeg dan wel een inkuilmiddel toe.
Wil je weten of je de juiste drogestof hebt? Een snelle veldmethode: pak een handvol gras en knijp er stevig in. Loopt er water uit? Dan is het te nat. Valt het gras direct uiteen als je je hand opent? Dan kan het te droog zijn. Ideaal is gras dat een lichte bal vormt maar geen water verliest.
Stap 3: Zwaden en aanvoer naar de kuil

Schuif het gras samen in smalle, gelijkmatige zwaden met een zwadenschuiver. Zo kan de opraaplader het efficiënt ophalen. Rij zo min mogelijk onnodige ronden over het gedroogde gras. Minder wieldruk op het veld betekent minder gronddeeltjes in de kuil, en grond verhoogt het risico op boterzuurbacteriën aanzienlijk.
Stap 4: Opbouwen en verdichten van de kuil
Breng het gras in dunne lagen (20–30 cm per laag) aan in de sleufsilo of rijkuil. Rij na elke laag meerdere keren met de tractor over het gras om lucht eruit te drukken. Goed verdichten is cruciaal: luchtbellen in de kuil zijn broeihaarden. Bouw de kuil iets bol op (het hart hoger dan de randen) zodat regenwater wegloopt en niet onder de folie kruipt. Probeer het gras binnen 48 uur na het maaien onder het plastic te hebben.
Stap 5: Afdekken voor luchtdichtheid

Dek de kuil direct af zodra de laatste vracht erop ligt. Leg eerst een dunne onderfolie strak over het kuiloppervlak; die zet zich vast aan het gras door het gewicht van de bovenste laag en trekt lucht weg. Daarna leg je het kuilkleed of landbouwplastic er overheen, met minstens 50 cm overlap over de wanden.
Voor afdeksystemen in sleufsilo of rijkuil worden in de Nederlandse praktijk standaard genoemd: onderfolie (vastzuigen), daarna kuilkleden, banden, zand of zandslurven en tot slot landbouwplastic om luchtdicht af te sluiten kuilkleed of landbouwplastic. Bevestig de randen met zandslurven, zandslangen of zandzakjes. Let op de hoeken: juist daar kruipt lucht naar binnen.
In de praktijk worden ook waterslurven en spandoeken gebruikt. Hoe sneller je afdekt, hoe sneller de pH daalt en hoe beter de conservering.
Fermentatie, rijptijd en hoe je de kwaliteit bewaakt
Na het afdekken begint de anaerobe fermentatie. Melkzuurbacteriën die al op het gras zitten gaan aan de slag en drukken de pH omlaag, van circa 6,0–6,5 naar ongeveer pH 4. In de eerste 10 dagen stijgt de temperatuur licht in de kuil; dat is normaal. Wordt de kuil erg warm (meer dan 40°C voelbaar aan de buitenkant van de folie)? Dan is er waarschijnlijk nog zuurstof in de kuil, wat broei aangeeft. Controleer dan de afdekking op scheuren of losse randen.
Na 6 tot 8 weken is de fermentatie stabiel en kun je de kuil openen. Bij hogere drogestofgehalten (boven 40%) kan dit zelfs na 4–6 weken al. Wil je zekerheid? Neem een kuilmonster en laat het analyseren bij een erkend laboratorium (zoals Eurofins Agro of Blgg). Zo weet je exact de voederwaarde, ds, pH en of er boterzuur in zit. Dat kost weinig en geeft je stevige zekerheid voor de voerplanning.
Afdekken, luchtdichtheid en hoe je zuurstofinlaat voorkomt
Dit punt verdient een aparte sectie, want het is waar de meeste kuilen mislukken. Lucht is de vijand van een goede kuil. Zelfs kleine scheurtjes of losse randen kunnen lokale broei veroorzaken die zich langzaam door de kuil vreet.
- Gebruik altijd een onderfolie, ook als je denkt dat het kuilkleed stevig genoeg is.
- Laat de folie minstens 50 cm over de wanden van de silo hangen en verzwaar die overhangende randen goed.
- Loop na het afdekken de hele omtrek na en druk eventuele luchtbellen plat richting de rand.
- Controleer de afdekking elke 1 tot 2 weken op gaatjes door vogels, wind of versleten folie.
- Plak eventuele gaatjes direct af met kuilfolie-tape of een lap extra folie.
- Bij rijkuilen in de buitenlucht: leg een extra laag folie over kwetsbare hoeken.
Een snelle pH-daling na het afdekken is het beste teken dat de conservering goed verloopt. Hoe sneller je afdekt, hoe minder suikers verloren gaan door ademhaling van het gras en hoe meer brandstof de melkzuurbacteriën hebben. Dat is precies waarom de vuistregel 'binnen 48 uur onder het plastic' zo belangrijk is.
Veelvoorkomende kuilproblemen en wat ze veroorzaken

Als de kuil niet goed uitpakt, is er altijd een oorzaak te vinden. Hieronder de meest voorkomende problemen en hoe je ze herkent en aanpakt bij de volgende kuil.
| Probleem | Herkenningsteken | Meest waarschijnlijke oorzaak | Wat doe je volgende keer anders? |
|---|---|---|---|
| Schimmel aan het oppervlak | Wit of grijs pluis bij openen folie | Zuurstofinlaat door slecht afdekken of gaatjes | Betere afdekking, direct na inkuilen folie inspecteren |
| Broei in de kuil | Warme of dampende kuil bij openen, branderige geur | Te weinig verdichting, te droge partij of luchtlekkage | Dunner aanleggen en beter rijden; drogestof bewaken |
| Boterzuurgeur (zure zeep/boter) | Scherpe, onaangename geur bij openen | Te nat ingekuild (ds < 28%), gronddeeltjes in kuil | Langer voordrogen, minder grondcontact bij maaien |
| Slechte smaak / lage voeropname | Dieren vreten slecht, voer ziet er bruin/muf uit | Combinatie van te nat, slechte fermentatie en broei | Ds verhogen, inkuilmiddel gebruiken, sneller afdekken |
| Donkere/bruine kleur en zoete geur | Donker, taai kuilvoer met karamelachtige geur | Te warm inkuilen of te langzame pH-daling (Maillard-reactie) | Sneller afdekken, bij hoge temperatuur 's avonds ook verdichten |
| Uitval door rottende laag onderin | Zwarte, natte laag onderaan de kuil | Waterindringing via kapotte vloer of folie | Drainagelaag of goede betonvloer, folie controleren |
Boterzuur is het gevaarlijkste probleem voor melkvee. Het ontstaat bijna altijd in natte graskuilen (ds onder 28%) en door gronddeeltjes die Clostridium-bacteriën meebrengen. Corteva koppelt boterzuurvorming aan nattere graskuilen, omdat boterzuurfermentatie meestal in nattere graskuilen ontstaat boterzuur ontstaat bijna altijd in natte graskuilen. Een inkuilmiddel op basis van mierenzuur of melkzuurbacteriën helpt om ook bij lagere drogestof toch voldoende snel te verzuren en boterzuurvorming te remmen.
Bewaren en voeren: kuil openen, snijvlak beheren en veilig voeren
Het uitkuilen is minstens zo belangrijk als het inkuilen. Een goed gemaakte kuil kan alsnog bederven als je hem verkeerd opent of te langzaam leeg haalt.
Kuil openen en snijvlak bewaken
Open de kuil pas als de fermentatie stabiel is, dus na minimaal 6 weken. Haal het plastic en de gewichten zorgvuldig weg, begin altijd aan één kant en verwijder nooit meer folie dan je op dat moment nodig hebt. Gebruik een kuilhapper, kuilfrees of kuilbijt voor een strak, vlak snijvlak. Hoe ruwer het snijvlak, hoe meer contactoppervlak er is voor zuurstof en hoe sneller broei ontstaat.
Voer dagelijks het snijvlak schoon: haal loszittend voer en resten weg voordat je nieuw kuilvoer afneemt. Resten die aan de lucht liggen staan binnen uren te broeien en verspreiden schimmelsporen naar het verse snijvlak. Houd ook het plastic rondom het open snijvlak strak tegen de kuil gedrukt.
Voersnelheid en voorraadbeheer
In de zomer moet je minimaal 15–20 cm per dag van het snijvlak afhalen om broei te voorkomen. In de winter kan dat iets minder zijn, maar 10 cm per dag is een veilige ondergrens. Haal je minder weg, dan krijgt het geoxideerde voer aan het snijvlak de kans om te broeien en de hele laag te besmetten. Plan je kuiloppervlakte vooraf: een smaller snijvlak (smallere silo) dwingt je tot een hogere dagelijkse afraaklijn.
Bewaartermijnen en veilig voeren
Een goed gesloten graskuil met ds van 40–45% is bij correcte afdekking 12 tot 18 maanden houdbaar. Broeig of beschimmeld kuilvoer geef je nooit aan dieren. Schimmelsporen in kuilvoer kunnen mycotoxinen bevatten die bij melkvee, schapen of geiten productiedaling, vruchtbaarheidsproblemen en in ernstige gevallen vergiftiging veroorzaken. Verwijder beschimmelende lagen altijd volledig en gooi ze niet voor de silo op de grond: die besmettingsbron verspreidt sporen terug naar het verse voer.
Praktische checklist voor elke fase
| Fase | Wat check je? | Actie als het niet klopt |
|---|---|---|
| Voorbereiding | Silo schoon? Folie beschikbaar? Inkuilmiddel in huis? | Reinig de silo, bestel folie en middelen voor je maait |
| Maaien | Gras droog? Maaien tussen 10–16 uur? | Wacht op droog weer, mijd ochtend met dauw |
| Voordrogen | Ds na 24–48 uur tussen 30–45%? | Schud vaker; bij ds < 28% inkuilmiddel toevoegen |
| Inkuilen | Lagen van 20–30 cm? Goed gereden? | Dunner aanleggen, meer rijbewegingen per laag |
| Afdekken | Binnen 48 uur afgedekt? Randen verzwaard? | Direct afwerken, geen folie openlaten 's nachts |
| Fermentatie (1–6 weken) | Geen warme plekken? Folie intact? | Gaatjes plakken, broeiende plek blootleggen en verwijderen |
| Voeren | Snijvlak vlak? Dagelijkse afname voldoende? | Kuilhapper inzetten, voersnelheid aanpassen |
Gras inkuilen is een vak dat je elk jaar een beetje beter kunt doen. De resultaten van 2021 zijn sterk afhankelijk van de weersomstandigheden per snede, maar met de juiste drogestof, snelle afdekking en goed snijvlakbeheer bij het voeren zit je in de meeste gevallen goed. Voor een succesvolle planning in gras inkuilen 2024 zijn dezelfde basisregels het uitgangspunt, maar let extra op het weer en de drogestof bij elke snede. Wie ook andere jaren wil vergelijken of terugblikken op eerder ingekuilde partijen, vindt het nuttig om kuilmonsters van verschillende jaren naast elkaar te leggen. Zo zie je precies welke keuzes de meeste invloed hebben op de voederwaarde.
FAQ
Wat als ik in 2021 door regen niet binnen 48 uur kan inkuilen (ds onder 30%)? Is later inkuilen nog zinvol?
Ja, maar alleen als je het tijdsvenster echt bewaakt. Wanneer het gras door nat weer pas later in de kuil kan, is inkuilen onder 30% ds zonder aanpak het grootste risico op boterzuur. Als je niet naar de 30–45% ds kunt, kies dan voor een mierenzuur- of melkzuurbasis inkuilmiddel en houd de afdekking sneller dan normaal, want je wint dan vooral tijd voor een snelle pH-daling.
Hoe kan ik in het veld beter inschatten of het gras écht in de juiste ds-range zit, behalve met de knijptest?
Kleine verschillen maken uit. Bij het handknijptest-richtpunt kun je het beter combineren met je praktijkgevoel: bij 28–32% ds moet het gras bij knijpen samenpakken zonder water te laten weglopen, en wanneer je het openklapt mag het niet direct “poederen”. Als je merkt dat het gras nog nat en zwaar aanvoelt of dat er duidelijk sap uit loopt, ga dan niet door met inkuilen maar geef het nog tijd op het land (of kies inkuilmiddel bij onvermijdelijke vertraging).
Wanneer is het zinvol om in 2021 een inkuilmiddel te gebruiken, en wanneer niet?
Inkuilmiddel vervangt niet de kernpunten, het helpt alleen de risicozone verkleinen. Gebruik het vooral wanneer je drogestof door weersomstandigheden onder je gewenste range komt of wanneer je zeker weet dat de kuil niet binnen 48 uur onder plastic gaat. Let er bij gebruik op dat je het middel toevoegt op het moment dat het gras nog goed mengbaar is (afhankelijk van werkwijze en type product), en houd de verpakking en dosering strikt volgens etiket aan.
Is het verschil in aanpak tussen een sleufsilo en een rijkuil groot in 2021?
Verschillen tussen sleufsilo en rijkuil zijn er, vooral in hoe goed je kunt verdichten en afdekken. In een sleufsilo kun je makkelijker gelijkmatig lagen bouwen en verdichten over de breedte, maar hoeken en randen blijven gevoelig. In een rijkuil (rond of rechthoekig) is het extra belangrijk dat je folie strak aansluit en dat de overlap en afwatering kloppen, want regenwater dat langs de zijkant kruipt geeft sneller lokale broei.
Wat betekent het als de kuil al snel erg warm wordt na het afdekken, en wat doe ik dan direct?
Ja, zeker in natte seizoenen. Als je ziet dat de temperatuur aan de buitenkant van de folie duidelijk oploopt of dat je “warme plekken” voelt, dan is dat een teken dat zuurstof de kuil lokaal bereikt. Controleer dan eerst de afdeklaag op scheuren, losse randen en onvoldoende gewicht, en repareer direct met extra overlap en goed afgedekte randen. Wacht niet tot het later, want lokaal broei kan zich uitbreiden.
Hoe weet ik of mijn afdekking in 2021 echt luchtdicht genoeg is, vooral bij naden en hoeken?
Zeker, maar te veel folie en te grote overlap is niet het probleem, de uitvoering is dat wel. Onvoldoende overlap of slecht afgedichte hoeken is vaak de oorzaak dat lucht naar binnen kruipt. Richt daarom je controle op: (1) de overlap bij de naden, (2) de bevestiging aan de randen met zandslurven of zandzakjes, (3) de hoeken, en (4) of het kuiloppervlak overal goed aangedrukt ligt zonder plooien.
Mag ik in uitzonderlijke situaties eerder uitkuilen dan 6 weken, bijvoorbeeld omdat ik snel voer nodig heb?
Het kan, maar het is riskant als je het snijvlak “te agressief” opent. De reden om niet te vroeg te openen is dat fermentatie eerst stabiel moet worden en dat zuurstof pas daarna minder snel tot opwarming leidt. Als je toch eerder moet voeren, doe het dan in kleine, voorspelbare stappen en evalueer dagelijks de kwaliteit. Denk ook aan een lagere dagelijkse afhaal als je merkt dat het snijvlak snel opwarmt.
Wat is de grootste fout bij het uitkuilen die het snijvlak alsnog laat bederven?
Ja, dat is vaak een onderschat risico. Door loszittende resten op het snijvlak ontstaat sneller schimmelvorming en verspreiden sporen zich naar het vers aangesneden vlak. Gebruik daarom een vaste werkwijze: dagelijks alleen zoveel afhalen als nodig, eerst het snijvlak schoon maken, en daarna direct weer terugdrukken van plastic op het open deel zodat het niet langer bloot staat.
Hoe ga ik om met het afhaaladvies als het weer in 2021 onverwacht omslaat (hitte of nattigheid)?
In de praktijk is het afhaaladvies een minimumnorm en het wordt strenger als het weer en de voerverplaatsing ongunstig zijn. Als je merkt dat er sneller opwarming of slijmerige of beschimmelde plekken ontstaan, verhoog dan de afhaal per dag en verklein de werkbreedte, bijvoorbeeld door je snijvlak smaller te houden. Bij warm, vochtig weer is een hogere afraklijn vaak nodig dan in koelere periodes.
Welke analyses zijn in de praktijk het meest nuttig als ik een kuil in 2021 laat onderzoeken?
Een kuilmonster helpt vooral om beslissingen rond voeren te onderbouwen. Laat bij twijfel niet alleen ds en pH meten, vraag ook gericht naar indicaties voor boterzuur en eventuele schimmelproblemen, zeker als je vermoedens hebt door lage ds of grondbijmenging. Gebruik de uitslag vervolgens voor een voerplan, bijvoorbeeld eerst de beste partijen, en de risicopartijen alleen als kwaliteit echt acceptabel is.
Heeft de manier van uitkuilen echt invloed op de kwaliteit, of is dat vooral een kwestie van goed inkuilen?
Beperk het risico door het open snijvlak zo vlak mogelijk te maken en zo weinig mogelijk “nieuw zuurstofcontact” te creëren. Een kuilhapper, kuilfrees of kuilbijt helpt om een strak vlak te krijgen, een ruw snijvlak vergroot contactoppervlak waardoor oxidatie sneller start. Richt ook op constante afhaal, geen korte pauzes waarin het snijvlak lang open en bloot staat.

Stap-voor-stap gras inkuilen, inclusief vroeger inkuilen, timing, kwaliteitstest, fouten en tips voor veilig bewaren

Klachtencheck en directe zelfzorg bij kat gras in keel, inclusief spoedsignalen en tuinpreventie tegen pollen en grasspr

Wat betekent bloed na gras eten bij je kat, wanneer spoed bij dierenarts is, en stappen voor tuinpreventie in NL.

