Gras inkuilen doe je om vers gemaaid gras te conserveren als ruwvoer voor het vee. In dit artikel lees je hoe je gras inkuilt in 2023, van de juiste timing en droogte tot het vullen, afsluiten en kwaliteitscontrole gras inkuilen. Voor de teelt- en weersomstandigheden in 2021 geldt dat je extra nauwkeurig kijkt naar het drogestofgehalte en de juiste timing van het maaien gras inkuilen 2021. Het principe is simpel: je sluit het gras luchtdicht af zodat melkzuurbacteriën de suikers omzetten in melkzuur, de pH daalt naar ongeveer 4, en het gras maandenlang goed bewaard blijft. Lukt die verzuring goed, dan heb je voer met hoge voederwaarde. Gaat er ergens lucht bij, dan krijg je broei, schimmel en verlies. Alles in dit stappenplan is gericht op die ene uitkomst: een stabiele, zuurde kuil zonder zuurstof.
Gras inkuilen stap-voor-stap en vroeger inkuilen: zo doe je het
Wat is gras inkuilen en waarom doe je het?

Inkuilen is een vorm van anaerobe conservering. Vers gras bevat suikers en vocht, en door het luchtdicht op te slaan geef je melkzuurbacteriën de ruimte om die suikers te fermenteren. Het gevormde melkzuur drukt de pH omlaag, idealiter richting pH 4 tot 4,2. Op dat niveau stoppen ongewenste bacteriën (zoals boterzuurbacteriën) en schimmels met groeien. Het resultaat is een stabiel product dat je maanden later kunt voeren zonder noemenswaardige kwaliteitsverliezen, zolang de kuil gesloten blijft.
Het verschil met hooi is dat hooi wordt gedroogd tot minder dan 15 procent vocht, terwijl kuilgras juist geconserveerd wordt mét vocht via dat fermentatieproces. Daardoor kun je bij nat of wisselvallig weer toch voer winnen. In Nederland, waar het groeiseizoen loopt van april tot en met september en het weer zelden een week stabiel is, is inkuilen voor melkveehouders de meest gebruikte methode voor ruwvoerwinning.
Wanneer is het beste moment om te inkuilen?
De timing draait om twee dingen: het groeistadium van het gras en het drogestofgehalte (DS) op het moment dat je inrijdt. Het ideale DS-gehalte ligt tussen 30 en 42 procent. Wil je weten wat dat betekent voor de praktijk van gras inkuilen in 2024, dan helpt het om de ideale drogestof en timing voor dat seizoen te bekijken 30 en 42 procent. Binnen die bandbreedte werken melkzuurbacteriën het beste, is er weinig perssapverlies, en kun je de kuil voldoende verdichten. Onder de 30 procent DS verlies je veel sap en fermenteert het gras slechter. Boven de 45 procent DS kun je de massa niet meer goed aanrijden, waardoor er zuurstof ingeslo'ten blijft en broeirisico toeneemt.
Praktisch gezien maaie je in Nederland de eerste snede het vaakst in mei, de tweede snede rond juli, en de derde snede in augustus of september. De meest geschikte weersomstandigheid is een periode van minimaal twee tot drie dagen droog en zonnig weer na het maaien, zodat het gras voldoende kan voordrogen. Een ruwe veldtest: pak een handvol gras en wring het uit. Wordt je hand niet nat, dan zit je waarschijnlijk boven de 30 procent DS en ben je klaar om in te kuilen.
Temperatuur en weersomstandigheden
Fermentatie verloopt het beste bij temperaturen tussen de 15 en 25 graden Celsius. Bij lagere temperaturen (najaar, vroeg voorjaar) werken melkzuurbacteriën trager, waardoor de pH minder snel daalt en ongewenste bacteriën meer kans krijgen. Maaien bij aanhoudend koud weer of te hoge luchtvochtigheid vergroot het risico op een slechte kuil. In Nederland is de ideale inkuilperiode voor de eerste snede doorgaans de tweede helft van mei tot begin juni. Voor wie in 2025 de juiste keuzes wil maken, is het ook handig om te kijken naar de actuele weers- en groeicondities per regio de ideale inkuilperiode voor de eerste snede.
Voorbereiding: maaien, schudden en harken

Een goede kuil begint op het land. Maai het gras op een snijhoogte van 6 tot 8 centimeter. Lager maaien geeft meer opbrengst maar vergroot het risico op grondverontreiniging, wat boterzuurbacteriën en sporen in de kuil brengt. Direct na het maaien breid je het gras zo snel mogelijk uit (schudden) zodat het oppervlak maximaal droogt.
Schud het gras bij voorkeur twee keer per dag tijdens het voordrogen: één keer in de ochtend en één keer in de middag. Harken doe je pas als het gras voldoende is voorgedroogd, zodat je bladverliezen beperkt. Bladverliezen zijn problematisch: in het blad zit het grootste deel van de voederwaarde. Gebruik bij het harken een zo groot mogelijke werkbreedte en vermijd het rijden met zware machines op nat land, om grondinsleep te voorkomen.
Hak het gras bij voorkeur fijn tijdens het oprapen: een haksellengte van 3 tot 5 centimeter zorgt voor betere verdichting in de kuil. Hoe fijner het haksel, hoe beter je kunt aanrijden en hoe minder zuurstof er overblijft. Stem de capaciteit van maaien, schudden, harken en transport goed op elkaar af. Als de loonwerker uren eerder klaar is dan de trekker die aanrijdt, koelt het gehakselde gras op hopen af en vergroot je het fermentatierisico.
Stap-voor-stap: zo vul en sluit je de kuil
- Bereid de kuilplaat voor: maak de kuilplaat of rijkuil schoon en controleer de afvoer van perssap. Oud perssap bevat bacteriën die de nieuwe kuil kunnen besmetten.
- Breng het gras in lagen aan van maximaal 15 centimeter dik per laag. Dunnere lagen betekent betere verdichting en minder lucht.
- Rij elke laag intensief aan met een zware trekker. Rij langzaam, met de volle breedte van de kuil, en besteed extra aandacht aan de randen, want daar blijft de meeste lucht hangen.
- Werk continu door: het liefst rijd je de hele dag door zodat er geen pauzes zijn waarbij lucht in het materiaal trekt. Leg nooit een open kuil stil tot de volgende dag zonder afdekken.
- Dek de kuil direct af zodra de laatste vracht is aangereden. Begin met een laag krimpfolie direct op het gras, druk die goed aan zonder luchtbellen, en werk van onder naar boven.
- Leg daarna een dekzeil (landbouwfolie) over het krimpfolie, en verzwaar de randen en het hele oppervlak met zandzakken, banden of grond. Zorg dat er geen enkel stuk folie open kan waaien.
- Controleer de afdekking na 24 uur opnieuw en herhaal dit wekelijks tijdens de opslag.
Hooibalen inkuilen (wikkelen)

Als je geen kuilplaat hebt of maar een kleine hoeveelheid gras inkuilt, zijn gewikkelde ronde balen een goed alternatief. Het principe is hetzelfde: je perst het gras tot een dichte baal en wikkelt die vervolgens luchtdicht in, minimaal zes lagen stretchfolie. Zorg dat de lagen overlappen met minimaal 50 procent. Controleer direct na het wikkelen op gaatjes of beschadigingen in de folie en plak die direct af met silagefolie-tape. Stel de balen neer op een droge, vlakke ondergrond en inspecteer ze maandelijks.
Vroeger inkuilen: wat betekent dat en wat zijn de risico's?
Met 'vroeger inkuilen' bedoelen mensen doorgaans twee dingen: eerder in het seizoen maaien (bijvoorbeeld al in april in plaats van mei) of het gras inkuilen met een kortere voordroging dan normaal. Als de pH niet snel genoeg daalt, kan de conservering in graskuilen mislopen; Melkvee.nl benadrukt daarom dat de pH direct na het inkuilen snel omlaag moet, zodat de kuil melkzuur kan vormen en luchtdicht afgesloten moet blijven. Beide keuzes brengen vergelijkbare risico's met zich mee.
Vroeg in het seizoen is het gras vaak nog nat en laag in drogestof. Als je inrijdt met minder dan 30 procent DS, verlies je veel sap (perssap), is de fermentatie minder stabiel en is de kans op boterzuurvorming groter. Natte graskuilen zijn de ideale omgeving voor boterzuurbacteriën, die het melkzuurproces verstoren en ervoor zorgen dat eiwitten worden afgebroken. Je voer ruikt dan naar boter of zweet, heeft lagere voederwaarde en kan melkvee zelfs van eten afhouden.
Toch kan eerder inkuilen soms de beste keuze zijn, bijvoorbeeld wanneer het weervenster snel sluit na een natte periode. In dat geval geldt: kuil je in met minder dan 30 procent DS, gebruik dan altijd een inkuilmiddel op basis van melkzuurbacteriën of mierenzuur. Dat helpt de pH in de eerste 36 uur snel te laten dalen en beperkt het risico op ongewenste fermentatie. Agrifirm adviseert in natte omstandigheden om de keuze te maken om met een voordroging van 24 tot 30 uur toch in te rijden, gecombineerd met een toevoegmiddel, in plaats van te wachten en het gras verder te laten verliezen. Agrifirm adviseert in natte omstandigheden om met een voordroging van 24 tot 30 uur toch in te rijden, gecombineerd met een toevoegmiddel, in plaats van te wachten tot het gras verder verliest. Wil je gras inkuilen in 2020, houd dan extra rekening met wisselend weer, een goed drogestofgehalte en het zorgvuldig luchtdicht afsluiten van de kuil in natte omstandigheden.
| DS-gehalte bij inkuilen | Risico's | Aanbeveling |
|---|---|---|
| <30% DS | Hoog perssapverlies, boterzuurrisico, slechte conservering | Gebruik inkuilmiddel, zo snel mogelijk afdekken |
| 30–42% DS | Laag risico, optimale fermentatie | Ideaal venster, geen toevoegmiddel nodig tenzij risicogewas |
| 42–45% DS | Verdichting moeilijker, lichte broeikans | Extra aandacht voor aanrijden, randen goed verdichten |
| >45% DS | Slechte verdichting, hoog broeirisico, schimmelkans | Toevoegmiddel anti-broei (bijv. propionzuur), intensief aanrijden |
Kwaliteitscontrole: hoe weet je of de kuil goed is?

Na de fermentatie (minimaal zes tot acht weken na het sluiten) kun je de kuil openen en beoordelen. Er zijn vier dingen waar je direct op let: geur, kleur, structuur en pH.
- Geur: een goede kuil ruikt zurig en fris, vergelijkbaar met azijn of ingemaakte groenten. Een boterlucht of naar zweet ruikende kuil duidt op boterzuurfermentatie. Een beschimmelde of rottende geur wijst op luchtinslag en bederf.
- Kleur: goed kuilgras is olijfgroen tot geel-bruin. Zwarte of donkerbruine lagen duiden op sterke verhitting of bederf. Witte plekken zijn schimmel.
- Structuur: het gras moet nog herkenbaar vezelig zijn. Als het slijmerig aanvoelt of uit elkaar valt, is de eiwitafbraak te ver gegaan.
- pH: een goede graskuil heeft een pH van 3,8 tot 4,5. Dit kun je meten met eenvoudige pH-strips of een digitale meter op een geperst sap-monster. Bij droger gras (>35% DS) mag de pH iets hoger liggen (tot 5,0) omdat droog materiaal minder snel fermenteert maar ook minder snel bederft.
- NH3-fractie: een ammoniakfractie onder de 7 procent van de totale stikstof is goed. Tussen 7 en 15 procent is matig. Boven de 15 procent duidt op sterke eiwitafbraak en een problematische kuil.
- Boterzuurgehalte: goed is 0,00 tot 0,20 procent boterzuur. Matig is 0,20 tot 0,50 procent. Boven de 0,50 procent is slecht en kun je de kuil beter niet voeren aan melkvee.
Voor een betrouwbare beoordeling laat je bij twijfel een laboratoriumanalyse uitvoeren. WUR heeft ook een online boterzuurtest waarmee je op basis van een aantal vragen een risico-inschatting kunt maken voor je kuilgras. Bij melkvee is een boterzuuranalyse zeker aan te raden als het gras onder natte omstandigheden is ingekuild of als de geur al niet perfect is.
Veelgemaakte fouten en hoe je ze oplost
Broei in de kuil
Broei ontstaat doordat zuurstof in de kuil terechtkomt. Oorzaken zijn: onvoldoende aanrijden, slecht afdekken, folie die is gaan scheuren, of te langzame voersnelheid bij het openen. Als de kuiltemperatuur meer dan 20 graden boven de buitentemperatuur uitkomt, verlies je per dag aanzienlijke hoeveelheden voederwaarde. Bij broei kun je het front van de kuil sneller leeghalen (hogere voersnelheid), beschadigde folie direct repareren en bij aanhoudende broei het voer tijdelijk niet meer verstrekken.
Schimmel aan de randen
Schimmel zit bijna altijd bij de randen of boven in de kuil, op plaatsen waar de folie niet strak aansloot of beschadigd was. Verwijder beschimmeld materiaal royaal: minstens 20 centimeter rondom de zichtbare schimmel. Gebruik dat materiaal niet als voer. Controleer de folie op gaatjes door de rest van de kuil extra goed te inspecteren.
Slechte conservering door te nat gras
Als je gras te nat hebt ingekuild en de kuil ruikt naar boterzuur, kun je de schade beperken door de kuil onmiddellijk opnieuw volledig af te sluiten als je hem toch nog niet hebt geopend. Bij een al geopende kuil: voer de boterzuurrijke partij niet aan melkvee, zeker niet aan hoogproductieve koeien of droogstaand vee. Laat een analyse uitvoeren om te bepalen hoe hoog het boterzuurgehalte precies is.
Grondverontreiniging
Te laag maaien of rijden met machines op te nat land brengt aarde mee in de kuil. Grond bevat boterzuurbacteriënsporen, en zelfs kleine hoeveelheden kunnen de fermentatie volledig verstoren. Preventie is hier de enige echte oplossing: maai op minimaal 6 centimeter hoogte en vermijd het berijden van percelen bij stikstofrijke natte omstandigheden.
Opslag, veiligheid en praktische tips voor de dagelijkse praktijk
Een ingekuilde kuil is een stabiel product zolang de folie intact blijft. Controleer wekelijks of maandelijks de folieafdekking op scheuren, gaatjes of opengewaaide hoeken. Kraaienschade is een veelvoorkomend probleem in Nederland: dek de folie af met een beschermzeil of net om schade te voorkomen. Repareer beschadigingen direct met speciaal silagefolie-tape.
Bij het uitkuilen gelden een paar vaste regels. Werk altijd van voor naar achter, over de volledige breedte van de kuil. Maak nooit meer open dan je in twee tot drie dagen kunt voeren: elke dag dat het snijvlak blootstaat aan lucht verlies je voederwaarde. Een voersnelheid van minimaal 1,5 tot 2 meter per week in de winter en 2 tot 3 meter per week in de zomer wordt aangehouden als ondergrens om broei te voorkomen.
Veiligheid rondom de kuil verdient serieuze aandacht. Rijkuilen kunnen bij het uitkuilen instorten, zeker als de wanden steil zijn of als het materiaal diep is weggegraven. Ga nooit in een kuil staan tijdens het uitladen. Perssap is bijtend en milieubelastend: zorg voor een goede afvoer of opvangbak en leid het nooit direct naar sloten of drainages. Werk altijd met goede werkhandschoenen en let bij beschimmeld materiaal op stofvorming en schimmelsporen (ademhalingsbescherming is aan te raden bij grotere hoeveelheden).
Wanneer voer je de kuil beter niet?
- Als het boterzuurgehalte boven de 0,50 procent ligt, zeker bij melkvee in de lactatie of droogstand.
- Als de kuil sterk naar boterzuur of rot ruikt, ook al zijn de meetwaarden niet beschikbaar.
- Als er zichtbare schimmelplekken zijn en je de contaminatie niet zeker kunt afbakenen.
- Als de kuiltemperatuur aanzienlijk hoger is dan de buitentemperatuur en er sprake is van actieve broei.
- Bij twijfel: laat een analyse uitvoeren voordat je voert, zeker aan hoogproductieve koeien of jongvee.
Inkuilen per jaar verschilt ook: het weerverloop van een specifiek seizoen bepaalt sterk hoe moeilijk of makkelijk de inkuilomstandigheden zijn. Wie inzicht wil in hoe voorgaande seizoenen verliepen, kan vergelijken met ervaringen en analyses uit eerdere jaren om eigen beslissingen beter te onderbouwen.
FAQ
Wat is het grootste verschil tussen gras inkuilen op 30 procent DS en inkuilen op 35 tot 40 procent DS?
Op 30 procent DS heb je al voldoende voor fermentatie, maar perssapverlies is vaak hoger en de kuil kan sneller kwetsbaar worden bij kleine problemen met verdichting of afdekking. Bij 35 tot 40 procent DS zit je in een robuustere bandbreedte, waardoor je minder risico hebt op zuurstofinslag en meestal minder voeruitval bij het openen.
Wanneer moet je stoppen met maaien en wachten als het weer omdraait, bijvoorbeeld na een natte nacht?
Stop of stel uit als je na het maaien geen droge periode van meerdere uren tot dagen kunt halen die nodig is om het DS naar minimaal 30 procent te brengen. Door te vroeg in te rijden met nat gras vergroot je kans op boterzuur en een slechtere pH-daling, dat kun je achteraf meestal maar beperkt compenseren met een toevoegmiddel.
Is de uitwringtest met een handvol gras altijd betrouwbaar, of wanneer juist niet?
De uitwringtest geeft een snelle indruk, maar kan minder betrouwbaar zijn bij gemengde snijproducten (bijvoorbeeld veel stengelmateriaal of ander gewas) of wanneer het gras ongelijk is voorgedroogd op het perceel. Bij twijfel loont het om DS te meten (bijvoorbeeld met een voermeter of door een proefmonster te laten analyseren).
Wat als je het gras niet op tijd kunt inkuilen en het blijft liggen in hopen op het erf?
Hopen laten staan zorgt voor opwarming en extra fermentatie vóór het luchtdicht afsluiten, waardoor je kuil minder voorspelbaar wordt. Probeer transport en kuilvulling zo te plannen dat het gras zo vers mogelijk in de kuil komt, en voorkom dat er grote hopen ontstaan die afkoelen op de trekker of bij de opslagplaats.
Hoe voorkom je broei als je maar een kleine kuil hebt of de afvoer langzaam op gang komt?
Broei ontstaat sneller wanneer het snijvlak lang openstaat. Maak daarom bij kleine kuilvolumes een praktisch plan voor dagelijkse uitname, werk in kleine porties en houd de voersnelheid hoger. Als je merkt dat je niet aan je uitnamesnelheid kunt komen, kun je beter het voer in meerdere kuilvakken verdelen (of sneller overschakelen naar alternatieven zoals balen) om de openstand te beperken.
Hoe lang moet je wachten na het sluiten voordat je beoordeelt of voert?
Gebruik de minimale wachttijd van zes tot acht weken als richtlijn, maar ga bij twijfel ook af op de fermentatiebeoordeling (geur, kleur, structuur, pH). Bij natte omstandigheden of duidelijke problemen met verdichting en afdekking is langer wachten verstandig om stabiliteit te krijgen voordat je het aan melkvee voert.
Is een inkuilmiddel altijd nodig bij vroeg inkuilen of natte omstandigheden?
Niet elke situatie vraagt hetzelfde. Voeg in natte omstandigheden met minder dan 30 procent DS vooral een toevoegmiddel toe om de pH-daling in de eerste uren te versnellen en fermentatie te ondersteunen. Wel blijft verdichting, snelle kuilvulling en luchtdicht afdekken doorslaggevend, toevoegmiddelen vervangen een zwakke werkwijze niet.
Hoe bepaal je of beschimmeld materiaal echt voer wordt, of moet worden afgevoerd?
Richtlijn is royaal verwijderen van het beschimmelde deel, minstens twintig centimeter rondom zichtbare plekken, en dat materiaal niet voeren. Behandel de rest van de kuil extra kritisch, want schimmel begint vaak aan de randen en kan zich via beschadigingen verder uitbreiden. Bij geurafwijkingen (boter, zweet of sterk zuur met schimmelgeur) is een analyse extra zinvol.
Wat doe je als je kuil folie beschadigd is en je pas later merkt dat er lucht bij gekomen is?
Repareer direct als je het ziet, met silagefolie-tape en goed schoon en droog werken op de plek. Als de kuil al open of zichtbaar beschadigd was waardoor het front mogelijk warm is geweest, ga dan terughoudend om met verstrekken, vooral aan hoogproductieve koeien, en laat bij twijfel boterzuur of pH analyseren om de risico’s te kwantificeren.
Hoe vaak moet je de folie controleren in de praktijk?
Plan minimaal wekelijks een controle op scheuren, gaatjes en open hoeken, en vaker direct na wind of hevige regen. In Nederland zie je kraaien- en windschade regelmatig, een snelle reparatie voorkomt dat een klein defect uitgroeit tot een groot broed- of schimmelprobleem aan de randen.
Kun je uitkuilen met een kleinere voersnelheid als je alleen droge koeien of jongvee voert?
Je kunt wel iets lager doseren bij minder gevoelig gevoerde groepen, maar het risico is vooral dat het snijvlak langdurig blootstaat aan zuurstof. Houd daarom zoveel mogelijk de genoemde ondergrenzen aan, en verhoog bij merken van opwarming (bijvoorbeeld een temperatuurstijging of slijmige structuur aan het snijvlak).
Is het gevaarlijk om perssap te lozen, en wat is de beste aanpak als je geen opvang hebt?
Perssap bevat geconcentreerde voedingsstoffen en kan milieu en waterkwaliteit belasten, het is bovendien bijtend. Zorg voor een opvangbak of een afvoer die niet direct naar sloten of drainages gaat, ook als je tijdelijk kuil draait. Als je geen voorziening hebt, regel die vooraf, omdat achteraf improviseren vaak niet dicht en niet duurzaam werkt.

Klachtencheck en directe zelfzorg bij kat gras in keel, inclusief spoedsignalen en tuinpreventie tegen pollen en grasspr

Wat betekent bloed na gras eten bij je kat, wanneer spoed bij dierenarts is, en stappen voor tuinpreventie in NL.

Praktisch stappenplan voor kat diarree gras: direct reinigen, risico-inschatting, herstel gazon en preventie tegen terug

